DIVERSE


1998

ALLEEN MIJN COMPUTER BEGRIJPT ME
Prof. Rosalind Picard over 'emotionele computers'.

Rosalind Picard, hoogleraar aan het Massachusetts Institute of Technology, weet het zeker: Dr. Spock uit de televisieserie Star Trek heeft het helemaal bij het verkeerde eind. Spock kent namelijk geen emoties en is derhalve in hoge mate rationeel en intelligent. "En dat is een contradictie in terminis", aldus Picard. "De meeste mensen begrijpen niet wat emoties doen. Recent wetenschappelijk onderzoek toont aan dat emoties de mens juist assisteren bij het maken van rationele beslissingen." Picard werkkamer is gevestigd op de bovenste verdieping van het fameuze MediaLab, waar men onderzoek doet naar de relatie tussen mens en machine. Een paar kamers verderop zit de van oorsprong Belgische professor Pattie Maes, de uitvinder van het begrip "intelligent agent", een computerprogramma dat steeds terugkerende taken van de gebruiker kan overnemen, en dat desnoods zelfstandig op Internet kan worden uitgestuurd om informatie te verzamelen. Aan het eind van de gang zit iemand die onderzoek doet naar programmable bricks, programmeerbare legosteentjes. In de kelder demonstreren twee studenten het nieuwe prototype van een joystick voor peuters: een knuffelbeer die, als je er in knijpt, een poppetje op het beeldscherm laat rondspringen. Het MediaLab kortom staat bekend om haar innovatieve technieken om computers eenvoudiger te kunnen bedienen. Picards eigen werk past uitstekend in die traditie: ze wil computers van emoties voorzien zodat ze ons beter begrijpen en eenvoudiger te programmeren zijn. 'Emoties', het klikt inderdaad wat zweverig. Als om die eerste indruk te neutraliseren is Picards optreden kordaat. Ze legt haar bedoelingen in korte, duidelijke bewoordingen uit. En met pakkende vergelijkingen, zoals die tussen de hedendaagse computer en de tragische figuur Elliot uit het boek Descartes' Error van A.R. Damascio. Als gevolg van een tumor heeft Ellot hersenbeschadiging opgelopen. Zijn IQ en geheugen zijn normaal, maar hij heeft geen emoties meer. Hij voelt geen afschuw wanneer hij met afbeeldingen van vreselijke auto-ongelukken wordt geconfronteerd. Wanneer je met hem een afspraak wilt maken, weegt Elliot alle mogelijke opties af. Omdat hij geen gˆne kent, neemt hij daarvoor rustig een uur. Elliots leven is een ramp: zijn huwelijk, carriŠre en vriendschappen lopen op de klippen. De moraal? Een brein zonder gevoelens functioneert belabbert. Picard: "Computers kunnen alleen rigide beslissingen nemen die uitsluitend zijn gebaseerd op zuivere logica. Zodra het moeilijk is de mogelijkheden te berekenen krijgen ze dezelfde problemen als Elliot. Ze reageren precies hetzelfde. Een klein kind, zelfs een hond, merkt je boosheid op, maar een computer niet. Wanneer je ontevreden bent met zijn functioneren, ratelt het door alsof er niets aan de hand is. Een computer begrijpt niets. "Mijn idee om computers emoties te geven komt niet voort uit een verlangen computer te laten lachen of huilen. Het is veel fundamenteler. Wil een computer net zo intelligent worden als een mens, of laat ik zeggen wil een computer een machine worden die flexibel en creatief is, die binnen enkele seconden een heleboel verschillende soorten gegevens kan verwerken en op basis daarvan complexe beslissingen nemen, dan zal hij het equivalent van een menselijk emotioneel systeem moeten hebben."

Een computer met emoties is volgens Picard veel effici‰nter dan een computer zonder. Zo'n machine het belang van zijn bezigheden beter kunnen afwegen en voorrang kunnen geven aan wat prioriteit heeft. Tot op zekere hoogte valt dat natuurlijk ook op traditionele wijze te programmeren. In het elektronische brein van het marsrobotje Sojourner, dat vorig jaar enkele maanden zelfstandig over de planeet rolde, zaten natuurlijk wel programmaregels als: 'als je voor een afgrond staat, stop dan met voorwaarts bewegen'. Het probleem is dat je op die manier elk denkbaar gevaar moet voorprogrammeren. "Dat is ondoenlijk", zegt Picard. Zou je Sojourner echter zoiets als angst meegeven, een rudimentair besef van zijn eigen sterfelijkheid en een drang tot overleven, dan zou hij dat op willekeurige situaties kunnen toepassen. Hoe je angst en plezier in een computer programmeert? Daarover is Picard weinig expliciet; het blijft bij algemene en nogal theoretische concepten. "Niemand weet nog hoe het precies moet." Wat dichter bij huis zijn Picards idee‰n over computers die dan misschien zelf geen emoties hebben maar wel de emoties van hun gebruikers herkennen. Haar computers kunnen al geluk, verrassing, woede en afkeer onderscheiden. Met een scala aan sensoren meten de computers gezichtsuitdrukking, hartslag, bloeddruk, hersengolven, spierbewegingen en stembuiging en houden de emotionele staat van de gebruiker zo van minuut tot minuut in het oog. Als je zit te schateren voor het beeldscherm, weten Picards computers dat uit een analayse van de gezichtsuitdrukking die een camera registreert. De manier waarop je het toetsenbord beroert, geeft aanwijzingen over de stress. Een computer die dat allemaal registreert kan het leven van de computergebruiker aanzienlijk verlichten, gelooft Picard: "Stel je komt op Internet een leuke website tegen. Je begint verveeld te kijken of juist te stralen. De computer registreert dat en maakt een aantekening dat je deze site niet of juist wel waardeert. Of stel je voor dat je als student via de computer een college volgt. Halverwege de les raak je de draad kwijt. Als de computer de verwarring meet dan kan de docent zijn collega aanpassen. Een affectieve computer kan geruisloos een gebruikersprofiel opstellen. Natuurlijk kan dat ook, zoals tegenwoordig veel gebeurt, met enquˆtes waarbij de computer je vraagt om op een schaal van 1 tot 10 aan te geven wat je van een bepaald onderwerp denkt of wat je oordeel is over geboden informatie, maar die vragenlijsten zijn notoir onbetrouwbaar en bovendien bijzonder gebruiksonvriendelijk, zegt Picard: "Wie heeft er zin om zoiets in te vullen." Bij wijze van experiment ontwikkelt men aan het Medialab een affectieve cd-speler: met een afstandsbediening die geen knopjes heeft maar een serie sensoren om bloedruk, ademhaling, en hartslag te meten. Uit de gegevens leidt de cd-speler de emotionele staat van de gebruiker af: is ie vrolijk, neerslachtig, energiek? De speler kiest bijpassende muziek aan de hand van voorkeuren die te voren per gemoedstoestand in kaart waren gebracht: wil je zwaarmoedige muziek als je neerslachtig bent, of juist vrolijke. De sensoren zijn nog wat onhandig, maar zullen in de nabije toekomst in juwelen of simpelweg kledij worden verwerkt, zo zegt men aan het Medialab optimistisch, maar of er ook iemand zit te wachten op zo'n cd-speler? Het blijft in de eerste plaats een experiment. Verschillende fabrikanten werken echter aan marktgerichte toepassingen van de technologie. Zoals een slaperigheidsherkenner voor in de auto. Met een sensor wordt gemeten hoe vaak je met je ogen knippert. Neemt de slaperigheid riskante vormen aan dan alarmeert de auto met geluid, lichtflitsen of het aanzetten van een ventilator. Picard: "Je moet de computer in dit soort voorbeelden maar vergelijken met een goede vriend. Allebei observeren ze jou en ontdekken wat jij leuk, en wat jij vervelend vindt en passen zich vervolgens aan jouw gedrag aan."

Jeroen van Bergeijk

Copyright © 1998 Jeroen van Bergeijk. All rights reserved. Alle rechten voorbehouden. Dit document mag niet verder worden verspreid en verveelvoudigd zonder schriftelijke toestemming van de auteur. Dit document kan verschillen van de gepubliceerde versie.